
Statutaire winst- bestemmingsregeling en winstbestemming 2025
In artikel 25 van de statuten is het volgende opgenomen inzake winst- bestemmingsregeling en winstbestemming:
1. De algemene vergadering kan besluiten de uit de vastgestelde jaarrekening blijkende winst, of een gedeelte daarvan, te reserveren.
2. Uit de winst na eventuele reservering wordt, voorzover de omvang van de uitkeerbare winst dit toelaat, op de aandelen dividend uitgekeerd. Het dividend wordt berekend over het gestorte deel van het nominaal bedrag.
3. Op uitkeringen aan aandeelhouders zijn de artikelen 2:104 en 105 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Tussentijdse uitkeringen als bedoeld in artikel 105 lid 4 zijn toegestaan
Controleverklaring door onafhankelijke accountant
Aan: de aandeelhouders van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025
Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland te Groningen gecontroleerd.
Naar ons oordeel geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
De jaarrekening bestaat uit:
- De geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025;
- De geconsolideerde en enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2025; en
- De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.
Wij zijn onafhankelijk van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
B. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in het kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Controleaanpak frauderisico’s
Wij hebben risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de onderneming en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risicoinschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort, alsmede de uitkomsten daarvan. Het bestuur van de vennootschap heeft in voldoende mate aandacht voor risicomanagement, passend bij de omvang van de organisatie. In de sectie ‘Risicomanagement en beheersing’ in het bestuursverslag besteed het bestuur ook aandacht aan de frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van frauderisico’s.
Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd. Tevens zijn wij tijdens de controle alert gebleven op indicaties voor signalen van fraude. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die een aanwijzing vormen voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving. Indien daar sprake van was, hebben wij onze evaluatie van het risico van fraude en de gevolgen daarvan voor onze controlewerkzaamheden opnieuw geëvalueerd.
In het kader van onze controle hebben wij de volgende fraude risico’s onderkend.
1a Het bewust onnauwkeurig waarderen van de participaties door het maken van verkeerde inschattingen van de benaderde marktwaarde
De vennootschap participeert in verschillende ondernemingen, waarvan sommige bij een exit naar verwachting winstgevend zijn en andere verlieslatend. De resultaten van het boekjaar worden significant beïnvloed door de hoogte van de dotaties aan de voorziening voor participaties. Deze dotaties en/of onttrekkingen geven de mogelijkheid om het resultaat over het boekjaar te beïnvloeden in het door de directie gewenste resultaat. Gegeven het onderhavige boekjaar een positief resultaat kent, onderkennen wij dat de directie een belang kan hebben om:
- De benaderde marktwaarde van de participaties in portefeuille lager in schatten dan de werkelijke benaderde marktwaarde;
- De voorziening voor de lagere benaderde marktwaarde hoger op te nemen dan het werkelijke verschil tussen de benaderde marktwaarde en de verkrijgingsprijs.
1b Controlewerkzaamheden en observaties
Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen rondom:
- Het nemen van beslissingen omtrent het aangaan van nieuwe participaties en het verrichten van een exit bij bestaande participaties;
- Het beheersen en monitoren van de in de portefeuilleadministratie opgenomen participaties; en
- Het maken van de schattingen van de benaderde marktwaarde van de participaties en de daarmee samenhangende gevormde voorziening bij een lagere benaderde marktwaarde dan de verkrijgingsprijs.
Om het risico van onnauwkeurige bepaling van de benaderde marktwaarde alsmede de daarmee samenhangende voorziening voor het verschil tussen de geschatte lagere benaderde marktwaarde en de verkrijgingsprijs hebben wij een analyse op het verloop van de in de portefeuille opgenomen participaties uitgevoerd en hebben wij kennisgenomen van de onderliggende waarderingsmodellen.
Wij hebben werkzaamheden verricht op mogelijke tendenties bij de inschatting van de directie van de waardering van de participaties. Wij hebben een analyse uitgevoerd door de waarderingsmodellen te vergelijken met de opgenomen informatie in de portefeuilleadministratie, de inschattingen uit voorgaand boekjaar en overige informatie tot aan de opmaakdatum van de jaarrekening. Participaties met uitkomsten die afwijken van de investering en/of grote verschillen met voorgaand boekjaar hebben wij diepgaand onderzocht en besproken met de verantwoordelijk investmentmanagers om de verschillen te verklaren en deze verklaringen te toetsen. Voor het toetsen van de verklaringen hebben wij aansluiting gemaakt met de onderliggende brondocumentatie en kennisgenomen van de laatste prognoses van de betreffende participatie. Wij hebben een toetsing uitgevoerd op de kwaliteit van de door de directie gemaakte schattingen uit voorgaande jaren door de ontwikkeling van de benaderde marktwaarde in het huidige jaar te vergelijken met de opgenomen schatting van de benaderde markwaarde van voorgaand jaar.
Wij hebben het in de portefeuilleadministratie opgenomen (aanvullende) investeringsbedrag getoetst met de door de participatie getekende aandeelhoudersovereenkomst en onderliggende akte van verkrijging. De benaderde marktwaardebepalingen hebben wij getoetst door middel van aansluiting met de onderliggende financiële gegevens en prognoses verkregen van de participatie.
Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoeden van fraude ten aanzien van het risico van onnauwkeurige waardering van de participaties en de daarmee samenhangende voorziening voor het verschil tussen de benaderde marktwaarde en de verkrijgingsprijs.
2a Het bewust onnauwkeurig waarderen van de uitgezette leningen door het maken van verkeerde inschattingen van de inbaarheid van de leningen
De vennootschap leent gelden uit aan verschillende ondernemingen, waarvan sommige niet in staat zullen zijn om de aflossingen en de bijbehorende rente te betalen. De resultaten van het boekjaar worden significant beïnvloed door de hoogte van de dotaties aan de voorziening voor leningen. Deze dotaties en geven de mogelijkheid om het resultaat over het boekjaar te beïnvloeden in het door de directie gewenste resultaat. Gegeven het onderhavige boekjaar een positief resultaat kent, onderkennen wij dat de directie een belang kan hebben om:
- De inbaarheid van de leningen lager in te schatten dan de werkelijkheid en hierdoor de voorziening voor mogelijke oninbaarheid te hoog in schatten.
2b Controlewerkzaamheden en observaties
Wij hebben de opzet en bestaan geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen rondom:
- Het nemen van beslissingen omtrent het verstrekken van nieuwe leningen en het incasseren van de bijbehorende rente en aflossing;
- Het beheersen en monitoren van de in de portefeuilleadministratie opgenomen leningen; en
- Het maken van de schattingen van de inbaarheid van de leningen en de daarmee samenhangende gevormde voorziening bij een mogelijke oninbaarheid.
Om het risico van de onjuiste bepaling van de inbaarheid van de leningen en de daarmee samenhangende voorziening te mitigeren hebben wij een analyse op het verloop van de in de portefeuille opgenomen leningen uitgevoerd. Wij hebben getoetst of de in de portefeuilleadministratie opgenomen informatie overeenkomt met de onderliggende leningsovereenkomsten en eventueel afgesloten overeenkomsten tot uitstel van aflossing en betaling.
Wij hebben werkzaamheden verricht op mogelijke tendenties bij de inschatting van de directie van de inbaarheid van de leningen. Wij hebben een analyse uitgevoerd door de schattingen te vergelijken met de opgenomen informatie in de portefeuilleadministratie, de inschattingen uit voorgaand boekjaar en overige informatie tot aan de opmaakdatum van de jaarrekening. Leningen met uitkomsten die afwijken van het gemaakte risicoprofiel en/of grote verschillen met voorgaand boekjaar hebben wij diepgaand onderzocht en besproken met de verantwoordelijk investmentmanagers om de verschillen te verklaren en deze verklaringen te toetsen. Voor het toetsen van de verklaringen hebben wij aansluiting gemaakt met de onderliggende brondocumentatie en kennisgenomen van de laatste prognoses van de betreffende participatie. Wij hebben een toetsing uitgevoerd op de kwaliteit van de door de directie gemaakte schattingen uit voorgaande jaren door de ontwikkeling van de inbaarheid in het huidige jaar te vergelijken met de opgenomen schatting van de inbaarheid van voorgaand jaar.
Wij hebben de in de portefeuilleadministratie opgenomen leningsbedragen getoetst met de door de lening ontvanger getekende leningsovereenkomst en eventuele overeenkomst tot uitstel van aflossing en betalingen. De waarderingsmodellen hebben wij getoetst door middel van aansluiting met de onderliggende financiële gegevens, gedurende het jaar ontvangen rente en aflossingen en prognoses verkregen van de tegenpartij.
Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoeden van fraude ten aanzien van het risico van onnauwkeurige waardering van verstrekte leningen en de daarmee samenhangende voorziening voor oninbaarheid.
3a Het risico dat de directie maatregelen van interne beheersing doorbreekt
Naast de hiervoor genoemde specifieke risico’s onderkennen wij ook een meer algemeen risico op het doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door de directie. De directie bevindt zich in de positie om fraude te kunnen plegen, omdat zij in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en fraudeleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken, die anderszins effectief lijken te werken.
3b Controlewerkzaamheden en observaties
Wij hebben, voor zover relevant voor onze controle, de opzet geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing die het risico op doorbreking van de interne beheersing moeten mitigeren, het bestaan en indien noodzakelijk de werking van de maatregelen getoetst in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen.
In dit kader hebben wij specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiliging in de IT-systemen en de mogelijkheid dat hierdoor functiescheidingen worden doorbroken. Hierbij hebben wij ook beoordeeld wat de mate van invloed/betrokkenheid is van het bestuur bij het administratieve proces, het proces omtrent het opmaken van de jaarrekening en de toegang tot de financiële systemen.
Wij hebben hierdoor eveneens bij de controle aandacht besteed aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door de directie en de volgende werkzaamheden verricht:
- het beoordelen van de mate van invloed/betrokkenheid van de directie bij het administratieve proces, het proces omtrent het opmaken van de jaarrekening en de toegang tot de financiële systemen;
- het analyseren van handmatige journaalposten in de waardering van leningen en participaties, en nog te betalen kosten;
- de bespreking van de frauderisico’s binnen het controleteam en het management mede aan de hand van de fraudedriehoek;
- het beoordelen van ongebruikelijke transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening om en transacties met verbonden partijen;
- toepassen van onvoorspelbaarheid in de controle;
- beoordelen van schattingen en significante schattingsposten;
- het doornemen van de notulen van vergaderingen van management, directie, investeringscommissies en raad van commissarissen
Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door de directie.
Opbrengstverantwoording
Bij het uitvoeren van onze risicoanalyse zijn wij tot de conclusie gekomen dat het veronderstelde frauderisico ten aanzien van de opbrengstverantwoording niet aanwezig is bij N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland. De belangrijkste omzetstromen van de N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland bestaan uit renteopbrengsten van de uitgegeven leningen, rentes over deposito’s, resultaten uit verkoop van participaties, beheervergoedingen fondsen, dividendopbrengsten en de exploitatiebijdragen vanuit de noordelijke provincies en het ministerie van Economische Zaken.
De opbrengsten van N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland kennen een divers karakter en een diversiteit in wijze van opbrengstverantwoording. De verschillende opbrengststromen zijn niet dan wel beperkt materieel voor de jaarrekening als geheel. Wij zijn van mening dat de aard van deze opbrengststromen in combinatie met mogelijke (bewuste) verstoringen in de verantwoordingswijze van deze opbrengsten niet leiden tot een materiële afwijking in de jaarrekening.
Controleaanpak continuïteit
Wij hebben de toelichting per activiteit in de paragraaf “Vooruitblik naar 2026” zoals deze in het hoofdstuk “05 Resultaten” in het bestuursverslag is opgenomen geëvalueerd en verwijzen naar de desbetreffende passages. In de algemene toelichting van de jaarrekening is vermeld, dat de jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.
Het bestuur heeft een beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van de onderneming om haar continuïteit te handhaven en de activiteiten voort te zetten voor tenminste 12 maanden na het vaststellen van de jaarrekening.
Wij hebben de volgende werkzaamheden verricht om de mogelijke risico’s met betrekking tot continuïteit te identificeren en in te schatten, en om vast te kunnen stellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is:
- Wij hebben de beoordeling van de continuïteitsveronderstelling met het bestuur besproken en professioneel-kritisch geëvalueerd, waarbij wij specifieke aandacht hebben besteed aan het proces van totstandkoming van de (onderliggende) prognoses, tendenties die een mogelijk risico voor de continuïteitsveronderstelling vormen, de impact van de huidige gebeurtenissen (waaronder de oorlog in de Oekraïne, stikstof problematiek, inflatie en schaarste van materialen) en de verwachte kasstromen van de onderneming, met de nadruk op de vraag of de onderneming voldoende liquiditeit zal hebben om aan al haar verplichtingen te blijven voldoen.
- Wij hebben de resultaatprognoses van de onderneming en de belangrijkste aannames die hieraan ten grondslag liggen beoordeeld;
- Wij hebben inlichtingen ingewonnen bij het bestuur over haar kennis van continuïteitsrisico’s na de periode van de door het bestuur verrichte continuïteitsbeoordeling.
Wij hebben, op basis van de verkregen controle-informatie, overwogen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van de directie over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.
Onze bevindingen zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van invloed zijn op de continuïteitsveronderstelling.
Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL- markering,niet gecontroleerd
De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening en zal worden gevoegd bij de digitaal te deponeren jaarrapportage. Dat betekent dat de naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBRdomein Handelsregister (waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen) geen onderdeel van de accountantscontrole is geweest.
C. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
- Met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
- Alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
D. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de onderneming in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de vennootschap te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.
Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude en fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
- Het identificeren en inschatten van de risico's dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico's bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit;
- Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
- Het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven;
- Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
- Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de groepscontrole om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsonderdelen binnen de groep als basis voor het vormen van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de beoordeling van de controlewerkzaamheden die in het kader van de groepscontrole zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige verantwoordelijkheid voor onze controleverklaring.
Wij communiceren met de met governance belaste personen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Groningen, 26 maart 2026
Baker Tilly (Netherlands) B.V.
Was getekend
D.E. Engwerda RA